Zorgstructuur
De zorg zoals die wordt vorm gegeven op de Tender staat uitvoerig beschreven in het zorgplan (dit ligt ter inzage op school).
Een overzicht van geboden zorg is terug te vinden in de vorm van de “zorgkaart”.
De zorgkaart wordt aan ’t begin van ’t schooljaar uitgereikt aan de leerlingen.
de Tender kent een zorgstructuur, die bestaat uit drie onderdelen:
1. Algemene zorg
2. Extra zorg
3. Specifieke zorg
Algemene zorg
Uitgangspunt binnen het praktijkonderwijs is, dat alle leerlingen een zekere vorm van zorg behoeven. Deze zorg heeft voor vrijwel alle leerlingen een sterk individueel karakter. De school probeert dan ook voor elke leerling een individueel traject uit te zetten. In het begin van de opleiding zal dit traject nog vrij algemeen van opzet zijn, maar in de loop van de schooltijd zal dit steeds specifieker worden.
De groepsmentor is verantwoordelijk voor de uitvoering van deze individuele trajecten, terwijl de stagebegeleider een begeleidende functie heeft.
(naar boven)
Extra zorg
Binnen het praktijkonderwijs proberen we de individuele leerling of groepjes leerlingen met verwante leerproblemen extra hulp te bieden om partiële cognitieve problemen en/of sociaal-emotionele problemen, die een belemmering kunnen zijn om goed te functioneren, te overwinnen.
Deze extra zorg is gericht op de ontwikkeling van de leerling met het doel te komen tot plaatsing op de arbeidsmarkt.
Uitgangspunt voor de extra zorg is de hulpvraag, die in de leerlingbesprekingen naar voren komt. Ook verzoeken van ouders en/of leerlingen zelf kunnen een basis voor extra zorg zijn.
De mentor bewaakt de gemaakte afspraken.
Het aanbod extra zorg bestaat uit:
Sociale vaardigheidstraining (meiden-/jongensgroep), communicatieve vaardigheidstraining en sociaal-emotionele begeleiding en ondersteuning.
Om deze extra zorg gestalte te geven heeft de school een Zorgcoördinator / Orthopedagoog in dienst. Ook wordt de Jeugdarts regelmatig ingeschakeld.
(naar boven)
Specifieke zorg
Tijdens het leertraject binnen ons onderwijs kunnen er bepaalde problemen ontstaan, waardoor hulpverlening buiten de school noodzakelijk is. Het is van belang, dat deze problemen op tijd gesignaleerd worden, het individuele leertraject aangepast wordt en verwijzing plaatsvindt naar hulpverlening buiten de school zoals bijvoorbeeld MEE (voorheen SPD) of Bureau Jeugdzorg.
(naar boven)